|
Wat zijn Leycentra In 1870 gaf William Henry Black een lezing te Hereford over zijn onderzoekingen. Hij had daar 20 jaar aan gewerkt, en overal in Europa, maar ook in India en China geheimzinnige lijnen gevonden, waarop prehistorische monumenten, maar ook kerken en kastelen stonden. Hij was er zeker van het grote geheim van de 'ouden' te hebben herontdekt. Helaas waren zijn toehoorders, waaronder vele wetenschapslieden niet overtuigd van zijn beweringen, en verloor Black het respect dat hij tot dan toe genoot. Alfred Watkins was rond het begin van de negentiende eeuw een geacht burger van het stadje Hereford, waar hij bierbrouwer was, en tevens uitvinder en fabrikant van de fotografische belichtingsmeter. Hij bracht het tot rechter en werd lid van de graafschapsraad; een man van aanzien! Dat hij over helderziende gaven beschikte, en zich, bekend met het werk van Lockeyer en vermoedelijk ook Black, bezighield met het lijnenfenomeen, hield hij echter voor zichzelf tot hij het in 1921 op zesenzestigjarige leeftijd waagde zijn geheimen te onthullen. De aanleiding hiertoe was een visioen dat hij kreeg waarin hij van boven de aarde onzichtbare monumenten zag, en een landschap met een netwerk van lijnen over heuveltoppen, kastelen, grafheuvels, bronnen, heilige plaatsen enzovoorts. Hij trok hieruit de conclusie dat de prehistorische mensen overal rechte wegen en paden hadden aangelegd om zich snel te kunnen verplaatsen. Verontwaardiging en spot werden ook zijn deel. Toch zette hij zijn werk voort, en middels kansberekening toonde hij aan dat toeval uitgesloten was. Ondanks dat hij door de wetenschap niet serieus genomen werd, ontstond naar aanleiding van zijn werk de "rechte-paden-club" en overal in Engeland gingen de belangstellenden op pad om het fenomeen te onderzoeken. Op het moment dat Watkins zich voorbereidde op het openbaar maken van zijn kennis, waren in Duitsland dr. Herbert Röhrig en ds. Wilhelm Teudt, onafhankelijk van elkaar, actief in het lijnenonderzoek. In 1930 publiceerde laatstgenoemde zijn boek "Germanische Heiligtümer". Het boek werd een soort "Germanenbibel" van de Nazi's, waardoor er tot vele jaren na de oorlog geen onderzoek inzake leylijnen meer heeft plaatsgevonden. Door zijn boek is er meer aandacht gekomen voor de opvatting die in China al lang algemeen is. Men gelooft hier in 'de geest van de aarde'. Het is in hun ogen de schakel tussen hemel en aarde. Ze zien de aarde als een levend wezen, vol van energie. Deze energie zoekt een uitweg in een soort kanalen aan het aardoppervlak. Zowel de kanalen als de energie zijn etherisch en onzichtbaar voor niet ingewijde mensen. De Chinees vergelijkt deze aardse energiebanen met de meridianen in het menselijk lichaam, waar de wetenschap van de acupunctuur op gebaseerd is. Ook zijn er plaatsen waar veel kerkelijnen samenkomen, maar waar geen kerken gebouwd zijn, zoals bijvoorbeeld de Bisschopsberg, de Toverberg, het hunnebed van Loon, de Vikingburchten in Zeeland en het grote wonder: de terp bij Wijnaldum met vijfenzeventig kerkelijnen. Hoe werd de plaats voor een kerk bepaald? In de literatuur betreffende de middeleeuwse kerkenbouw vinden we zes aanwijzingen voor het bepalen van de plek waarop het godshuis moest verrijzen: in oude Romeinse nederzettingen; Wat gebeurt er met de energie op een centrum? Om dat te kunnen begrijpen moeten we ons realiseren dat de etherische energie met een enorme snelheid door de leylijnen gaat. Algemeen wordt daarbij aangenomen dat deze lijnen kaarsrecht zijn. De oorzaak hiervan is dat de etherische energie zich met een onmeetbare snelheid voortbeweegt, terwijl de lijn over hoogten en laagten, maar ook langs zijwaartse onregelmatigheden gaat. Uit de verschillende leylijnen verenigt de energie zich op de kern van een knooppunt. Bij een gewoon kruispunt van lijnen is vaak weinig waar te nemen. Wel is dit het geval wanneer een groter aantal lijnen op de kern uitkomt. De ervaring van de schrijver is dat een leylijn moeilijk waargenomen kan worden met de wichelroede. Waar de energie zich verenigt op een kruispunt van meerdere lijnen wordt de energie veel sterker. Verder lijkt ook de maan van invloed te zijn; bij volle maan is de uitstraling aanmerkelijk sterker dan bij nieuwe maan. Het waarneembare centrum is in feite de uitstraling van de kern van het knooppunt. De kern heeft een doorsnede van drie tot tien meter. Opvallend is dat op knooppunten in de bossen vaak minder, of helemaal geen bomen staan, en er een groen 'wollig' gras groeit. Soms treedt er op de kern een negatief gevoel op, soms zelfs de neiging tot misselijkheid opwekkend. Dan heeft er ter plaatse iets vreselijks plaatsgevonden, wat voorkomt op centra zoals bijvoorbeeld Norgerholt, Vries, en Hellendoorn. De oorzaak hiervan is dat, volgens paranormale waarneming, de mensen die trouw bleven aan het oude geloof door het roomskatholieke gezag veroordeeld en met bijlen afgeslacht werden, juist op de voor hen heilige plaats. Bedevaartsoorden liggen vrijwel zonder uitzondering op sterke leycentra. Dit fenomeen geeft de band aan tussen de zogenaamde bovennatuurlijke verschijning van de Heilige Maagd en de kracht van de aardse etherische energie. Het visioen ter plaatse vloeit voort uit de dagdromerij. De 'verschijning' is geen wonder, maar is met onze kennis verklaarbaar. Het gaat om de vraag welke invloeden er van een leycentrum uitgaan. Zijn het genezende krachten? Zonder twijfel, al weten we niet hoe dit in zijn werk gaat. In de kloosterkroniek van de abdij van het Groninger Aduard is te lezen dat het klooster op die plaats werd gebouwd omdat er zoveel 'lichten' werden gezien, en Aduard is niet de enige plaats met een dergelijke vermelding. In Nederland is op drie plaatsen sprake van mummificering. Het meest bekend is Wieuwerd, waar de lijken bijna geheel zijn geconserveerd. De andere plaatsen zijn Almen en Tholen. In beide laatste gevallen is niet veel meer van de mummies over, dank zij de blootstelling aan een andere atmosfeer dan ter plaatse aanwezig was. Paragnost Dick van der Dool pleit er voor om bewuster en met meer verantwoordelijkheidsgevoel om te gaan met ons heilige erfgoed. In deze tijd waarin men een maximum aan bevolkingsdichtheid en een belasting en vervuiling van de aarde heeft bereikt, en onderdrukte emoties en negatief angstdenken de 'etherische atmosfeer' vervuilen, is een doorbreking van deze spiraal levensnoodzakelijk. In deze tijd waarin zovelen in een nieuwe tijdssfeer zich persoonlijk ontwikkelen en transformeren, wil hij oproepen tot een meer mede-samenleven met aarde en kosmos. Suggesties om dit praktisch toe te passen zijn bijvoorbeeld: Wie weet hoe het er over vijftig of honderd jaar uit gaat zien. Misschien staan dan op de plaatsen waar nu de kerken staan de toekomstige nieuwe tijdscentra waar, gebruikmakend van de aardse en kosmische energie, transformatie van het menszijn kan plaatsvinden. Is dit overigens niet het wezen van religie? Het onderzoek geeft een duidelijke aanwijzing dat de mens eeuwen lang het goddelijke zocht en vond in de spiralen van de leycentra, op de heilige en mysterieuze plaatsen. In de etherische energie was het heilige en kosmische en van daaruit ontstond de religieuze beleving. Daar bouwde hij de megalitische bouwwerken, de pyramiden, de tempels en tot 1350 de kerken. Daar zocht en vond hij God! |